De grote weerschijnvlinder: een blijvertje?

De grote weerschijnvlinder: een blijvertje?

Populație grote weerschijnvlinder in het Zeeuwse deel van de Slikken van de Heen 2025

De afname van dagvlinders is ook in Zeeland helaas een feit. Hun specifieke leefomgeving verandert, of is aan het verdwijnen. Vaak is de achteruitgang een combinatie van meerdere factoren. Klimaatverandering en stikstofdepositie worden vaak genoemd als belangrijkste oorzaken. Er zijn echter ook vlinders die juist in opkomst zijn.

De grote weerschijnvlinder (Apatura iris) is daar één van. De soort werd in Zeeland tot voor kort amper gemeld. Inmiddels lijkt deze zich in onze provincie te ontwikkelen tot een mogelijke (zeldzame) standvlinder. Vanaf 2021 worden er jaarlijks enkele gezien, met name in de Slikken van de Heen. Dit natuurgebied lijkt de belangrijke kenmerken te hebben voor hun favoriete leefgebied. Kars Veling van de Vlinderstichting vroeg zich tijdens een algemene presentatie af of al gesproken kon worden van een kleine populatie. Dit was voor mij de aanleiding om in 2025 een inventarisatie te doen van deze prachtige vlinder in het Zeeuwse gedeelte van de Slikken van de Heen.

Het tellen van deze bijzondere vlinder is een hele uitdaging. Ze leven hoog in boomtoppen en hun aantal is laag in dichtheid. Anders dan de traditionele telmethodes kies ik voor een monitoring gebaseerd op het gedrag van de vlinder, met focus op plaatsen waar de trefkans groot is.

Alleen de mannetjes hebben de spectaculaire paarsblauwe iriserende glans. De blauwe kleur wordt goed zichtbaar onder een bepaalde lichtval. De mannetjes zijn zeer territoriaal. Ik heb ze zelfs agressief gedrag zien tonen naar overvliegende vogels. De vrouwtjes zijn bruiner en lijken zich meer te verstoppen. Boswilgen zijn de favoriete waardplanten, liefst in een vochtig en open loofbos gebied. Ook boven hoge bomenrijen patrouilleren de mannetjes fanatiek om hun territorium te verdedigen. De balts is hoog in en boven de boomtoppen. Het zijn vaak de mannetjes die naar de grond komen. Ze voeden zich met mineralen en zouten uit uitwerpselen, kadavers en soms zelfs mensenzweet. Bloemen worden nauwelijks bezocht. Ook honingdauw, boomsap, rottend fruit en vochtige aarde staan op het menu.

Een goede voorbereiding is dus vereist. Vroeg in het jaar heb ik het gebied meerdere keren bezocht. Ik heb gezocht naar potentieel favoriete bomen, zogenaamde ‘master trees’, waar de mannetjes samenkomen om hun territorium te verdedigen en te wachten op vrouwtjes. De focus lag ook op bosranden met eik en grauwe wilg met het oog op territoria. Locaties met uitzicht op boomtoppen waren spaarzaam en de vrij toegankelijke wandelpaden zijn vooraf afgelopen. Voor een goede telling zijn meerdere factoren vereist: kennis en ervaring, het juiste moment en waarnemingen van “insiders” met algehele toegang tot gebied. Het tellen vereist tijd, geduld en een juiste timing. Mijn kennis over deze bijzondere vlinder is tijdens dit onderzoek flink gegroeid. Onderzoek hangt immers ook af van de kwaliteit van de teller, voor wie deze vlinder in het begin tamelijk onbekend was. Een flinke portie geluk kan daarnaast ook geen kwaad.

In juni zijn meerdere hele dagen geteld. In juli waren het vooral halve dagen. Totaal zijn er vijftig velduren gemaakt. Waar mogelijk zijn voor individuele herkenning foto’s gemaakt van de imago’s. Om dubbel tellen te voorkomen zijn de afstanden tussen territoria ruim gehouden. In juni 2025 heb ik meerdere tellingen gedaan, ook een keer twee dagen achter elkaar. Op 18 juni telde ik de meeste imago’s: maar liefst 8 stuks. In juni had ik de meeste waarnemingen, maar ook de eerste week van juli was er een dagtotaal van 4 imago’s. Vanaf de derde week juli heb ik de soort niet meer gezien. Waardevolle waarnemingen kwamen ook van Esther Linnartz. Zij werkt voor Free Nature, kent het gebied erg goed en volgt deze soort, en vele andere soorten, met grote interesse. Esther heeft toegang tot delen van het gebied die niet voor publiek toegankelijk zijn. Haar 3 extra waarnemingen, ook rond 18 juni, zijn in de telling meegenomen.

De totale populatie bestond uit minimaal 13 tot 15 imago’s. Over het werkelijke aantal durf ik geen uitspraak te doen. Daar is uitgebreider onderzoek voor nodig. Ongetwijfeld zal de populatie groter zijn. Je ziet de dingen die je ziet, maar je ziet immers niet wat je niet ziet. Een voorzichtige schatting van tenminste 20 tot 30 exemplaren lijkt mij gerechtvaardigd. Deze eerste telling lijkt mij een goed begin voor nader en uitgebreider onderzoek in de toekomst. Mijn verwachtingen zijn overtroffen. Het lijkt inmiddels geoorloofd te spreken over een (kleine) populatie in het Zeeuwse deel van de Slikken van de Heen.

Vanwege de lage trefkans is consistent tellen over meerdere jaren noodzakelijk om een goed beeld van de populatiegrootte te krijgen. Onderzoek helpt om onderscheid te kunnen maken tussen een toevallige zwerver, een tijdelijke vestiging of een permanente populatie. De laatste jaren breidt de soort zich uit. De grote weerschijnvlinder vertoont opvallend gedrag dat nog steeds vragen oproept en stelt specifieke eisen aan de leefomgeving. Meer monitoring geeft ook informatie voor mogelijke Nederlandse herstelprojecten. In elk geval hoop ik er in 2026 weer een gezonde populatie aan te treffen.